Menu
Ontdek het doel van je leven en maak jezelf gelukkig.
Schenk jezelf een enthousiast en vreugdevol verblijf op aarde.


+32 (0)497 87 44 24 — ineke@enthousiasme.info

← Terug naar overzicht

Het ergste was dat ik hem geloofde! Over morele bestoking. (18/04/17)

In het begin was hij lief voor mij. Hij straalde rust uit, geborgenheid, zekerheid. Verzekerde mij ervan dat ik een goed mens was. We leerden elkaar kennen in een periode dat ik mij totaal verward voelde. Ik zat in een depressieve periode wegens een relatiebreuk met iemand waar ik dol op was, en voelde me tijdelijk heel kwetsbaar. Toen kwam ik hem tegen.

Zolang ik zwak, verward, kwetsbaar, ziek of zwanger van hem was, zorgde hij wel goed voor mij. Hij speelde de Redder en ik het Slachtoffer. Elke keer dat ik me goed voelde en iets begon te ondernemen - zoals taalles volgen of bij een vriendin op bezoek gaan of naar een feestje gaan - kreeg ik de volle lading en ontpopte hij zich tot Beul die mij zonodig door het slijk moest halen en met de grond gelijk maken. Als hij dan merkte hoe aangedaan ik was, wierp hij zich weer op als Redder. Tot ik het spel begon door te hebben. Ik stelde vast dat ik me veel beter voelde buitenshuis, ver van hem, en dat, hoe beter ik me voelde, hoe erger het geschut werd dat hij thuis boven haalde om mij neer te kogelen. Altijd met woorden, en op ’t einde ook lichamelijk.

Hij ontpopte zich tot een echte gluiperige pest-expert, hij metamorfoseerde van een warmhartige ondersteunende man tot een geniepige, alomtegenwoordige bestoker die zijn dagen vulde met het neerhalen van mijn ondertussen zelfstandig heropgebouwde zelfvertrouwen en van mijn herwonnen levensvreugde en ingebouwd enthousiasme.

Hij kon het niet hebben dat ik mij goed voelde, zonder hem.

In het begin van onze relatie was ik de zwakke, de zieke, de zorgbehoevende. Ik voelde me emotioneel en fysiek niets waard. Mijn zelfvertrouwen was totaal met de grond gelijkgemaakt. Hij was de sterke, ik de zwakke. Ik had hem nodig. Onze relatie vibreerde op die toon.

Deze stelling gaf een paar jaren de toon aan. Ik had voortdurend zorg nodig: was afwisselend depressief, zwanger, zwaar ziek, herstellende van een bevalling of operatie. Er was altijd wel iets met mij aan de hand waardoor ik de ‘zwakke’ was in de relatie.

Na een tijdje was ik het allemaal zo beu: ziek zijn, zwak zijn, een man nodig hebben, me flauw voelen, die ziekenhuizen en die eeuwige onderzoeken.

Ik schreef me in voor cursussen en leerde mensen kennen, maakte vrienden. Ik had mijn levensvreugde teruggevonden. Hoe meer ik begon te stralen, hoe erger het thuis werd. Het viel me op dat mijn man me systematisch neerhaalde als ik mij goed voelde. Als ik enthousiast van ergens terug thuiskwam, gooide hij me een handdoek in ’t gezicht met de woorden: “Zeg, jij daar met je belachelijke bezigheden, je moet wel niet vergeten het stof hier af te doen thuis!”

Ik stond perplex. Dat groot karkas van een man, met zijn hoogdravende preken op avondjes bij vrienden dat vrouwen onderbetaald en ondergewaardeerd zijn in onze maatschappij, die gooit nu een schoteldoek naar mijn kop en zegt mij het stof af te doen?! Wat een discrepantie tussen zijn woorden en daden! Hij kan het simpelweg niet verdragen dat ik mij blij voel buitenshuis!

Op de schoolfeesten blonk hij uit door afwezigheid. En ik door te dansen. Hij maakte er een gewoonte van om halverwege het feest te komen controleren en mij in volle ambiance uit het feest weg te rukken, om me dan tegen een zijmuurtje te duwen en de les te spellen: “zie je niet hoe je je daar belachelijk staat te maken? Wat moeten de mensen wel van jou denken?”

Het ergste was dat ik hem geloofde. En geen zin meer had in feesten.

Zo haalde hij beetje bij beetje, langzaam maar zeker alle levensvreugde weer uit mij weg. Zijn venijnige opmerkingen holden mij uit. Vraten als een rat aan mijn zelfwaardegevoel. Hij maakte steeds denigrerende opmerkingen. Boorde me de grond in. Bij elk succes dat ik had, liet hij smalend en grijnzend zijn minachting blijken.

Ik heb me daartegen verdedigd als een tijgerin. Ging er steeds op in. Wou bewijzen dat hij ongelijk had. Heb me te pletter verdedigd. Hij zei telkens weer dat ik me moest laten opnemen. Dat ik een hysterisch geval was.

“Je bent zo slecht dat je niet eens zelf kunt beseffen hoe slecht je wel bent!” was een van zijn geliefkoosde uitspraken.

Het ergste was dat ik hem geloofde. Ik was wanhopig, vulde mijn dagen met wenen, huilen, snikken, jammeren, snotteren, en mijn hersenen te pijnigen met na te denken hoe ik zo slecht kon zijn dat ik het zelf niet eens besefte. Ik dacht: als het dan zo erg is, dan moet ik maar alleen wonen, ik kan dat geen mens aandoen bij mij te moeten blijven.

Het ging van kwaad naar erger. Ik had een techniek ontwikkeld om niet meer te reageren op zijn aanvallen, maar hij begon de kinderen aan te vallen. En toen ging het snel. Ze vroegen zelf om ergens anders te gaan wonen, waar het ‘rustiger’ zou zijn. Een huisje zonder papa, zeiden ze.

Hun woorden schudden mij wakker. Want terwijl ik bezig was mij staande te houden in die emotionele oorlog en mij niet te laten nekken door een emotionele terrorist, vroegen de kinderen simpelweg naar rust! Twee weken later waren we verhuisd. En vrij. Ik ga nooit vergeten wat een opluchting het voor ons allemaal was om te kunnen rondlopen in huis zonder dat iemand achter ons aan zat om ons voortdurend te bestoken.

Uittreksel uit het boek 'VERSLAAFD AAN LIEFDE' dat binnenkort verschijnt.


Geef je reactie

Laat me weten wat je van dit blogbericht vindt!

Voornaam (*) Naam (*) E-mail (*) Uw e-mail wordt niet getoond op de website en wordt enkel gebruikt om te antwoorden. Reactie (*)